Wat zijn mijn oude munten waard?
Heeft u oude munten gevonden op zolder, uit een erfenis of in een verzameling? Dan wilt u waarschijnlijk weten of ze waarde hebben. Sinds 1980 hebben wij talloze Nederlandse munten en verzamelingen beoordeeld. Op deze pagina leest u welke munten meestal weinig waard zijn, en welke exemplaren juist interessant kunnen zijn voor verzamelaars.
Kort samengevat hebben Nederlandse munten van na 1920 meestal geen waarde, anders dan de metaalwaarde. Heeft u munten van vóór 1920, neem dan gerust contact op voor een eerste inschatting.
Hieronder een opsomming van wat wij in verzamelingen vaak tegenkomen.
- Muntgeld van Juliana en Beatrix. Dit zijn de guldenmunten die geslagen zijn tussen 1950 en 2001. Interessant om te zien met welke munten in die tijd betaald werd. Helaas is de waarde nihil. Enkel de metaalwaarde. Maar let op; guldens en rijksdaalders tot 1966 zijn van zilver en 10- en 50 guldenmunten ook. Deze hebben nog altijd de zilverwaarde.
- Muntsets van Juliana en Beatrix. Vanaf de jaren 70 zijn jaarlijks muntsets uitgegeven met de munten van dat jaar in FDC kwaliteit. In de jaren 80 en 90 waren deze zeer populair en zijn er behoorlijke bedragen voor betaald. Vandaag de dag is er echter weinig vraag naar en het aanbod is enorm. Daardoor is de waarde nihil. De meeste sets zijn te koop voor slechts een paar euro.
- Munten van Wilhelmina van 1920 tot 1948. Het kleingeld van Wilhelmina na 1920, halve centen tot stuivers, komt nog in grote hoeveelheden voor en heeft vrijwel geen waarde. De munten van 10 cent tot en met de rijksdaalder zijn van zilver en hebben tenminste nog de zilverwaarde. Gouden tientjes zijn in deze periode veel geslagen en hebben enkel de goudwaarde.
- Munten van Wilhelmina van 1890 tot 1920. Deze munten zijn veel in omloop geweest en vaak behoorlijk gesleten. Deze exemplaren hebben dan ook weinig tot geen waarde of enkel de zilverwaarde bij de zilveren munten. Maar exemplaren die (vrijwel) niet gesleten zijn en ook niet schoongemaakt of gepoetst, kunnen wel degelijk van waarde zijn. Gouden tientjes zijn in deze periode veel geslagen en hebben enkel de goudwaarde.
- Munten van Willem III van 1850 tot 1890.
- ½ centen, centen en 2½ centen hebben alleen waarde als ze geen slijtage hebben. En dan hangt het ook nog van het jaartal af.
- Stuivers van Willem III zijn nog van zilver, maar wel heel klein. Van de meeste jaartallen komen er (zeer) veel voor, behalve de 1853 die zeldzaam is. De andere jaren zijn een paar euro waard tot enkele tientjes voor uitzonderlijk mooie kwaliteiten.
- Dubbeltjes van Willem III zijn vrij schaars en kunnen waardevol zijn, mits niet te veel gesleten.
- Kwartjes van Willem III zijn zeldzaam. Zelfs exemplaren die enige slijtage hebben kunnen nog honderden euro's waard zijn.
- Guldens en rijksdaalders van Willem III komen veel voor. Gecirculeerde exemplaren zijn niet veel meer waard dan de zilverwaarde, maar mooie exemplaren in nieuwstaat kunnen tientallen tot een paar honderd euro waard zijn. Zeldzamere jaren zijn nog meer waard. Gouden tientjes zijn in deze periode veel geslagen en hebben enkel de goudwaarde.
- Munten van Willem II van 1840 tot 1849.
- ½ centen van Willem II zijn vrij schaars en kunnen een waarde hebben van enkele tientallen euro's tot honderd euro of meer in nieuwstaat.
- Zilveren munten van Willem II zijn vaak veel gebruikt en vertonen vaak (grote) gesleten plekken. Deze munten hebben eigenlijk alleen de zilverwaarde. Voor rijksdaalders en guldens zijn 1841 en 1842 zeldzame jaartallen en daarmee waardevol, ook bij enige slijtage. Munten in nieuwstaat zonder slijtage zijn zeldzaam en kunnen veel geld waard zijn, soms honderden euro's.
- Munten van Willem I van 1818 tot 1840. Munten van Willem I zijn over het algemeen schaars en waardevol, mits van goede kwaliteit. Er bestaan jaartallen die vaker voorkomen en die munten hebben dan slechts een bescheiden waarde. Maar er bestaan ook (zeer) zeldzame jaartallen. Die munten hebben zeen hoge waarde ondanks eventuele slijtage.
- Munten van voor 1818. In de eeuwen voorafgaand aan het Koninkrijk der Nederlanden kwamen vooral provinciale munten voor uit de Republiek der Nederlanden.
- In 18e eeuw kwamen zeer veel duiten en dubbele stuivers (dubbeltjes) voor. Deze hebben meestal slechts een geringe waarde van 10 euro of minder en in gesleten conditie soms maar enkele euro's.
- In de 17e en 18e eeuw kwamen ook veel schellingen of 6 stuiverstukken voor, zoals de scheepjesschellingen, ruiterschellingen en arendschellingen. Deze munten zijn veelvuldig gebruikt en vaak sterk gesleten. De waarde is meestal beperkt tot een paar tientjes. Zeldzamere jaren en hoge kwaliteiten kunnen aanzienlijk meer waard zijn.
- Grotere zilveren munten en gouden munten zijn soms als sieraad gebruikt. Er zijn dan montageplekken zichtbaar op de munt. Soms zit er zelfs een gaatje in. Vaak zijn ze ook nog gepoetst. Deze munten hebben voor verzamelaars meestal weinig waarde.
- Verder kunnen provinciale munten behoorlijk waardevol zijn.
Dit overzicht is niet uitputtend, maar bedoeld om u een indicatie te geven of u iets in handen heeft dat mogelijk interessant kan zijn. Als dat zo is, kunt u vrijblijvend contact met mij opnemen.