Waarde van munten

Heeft u nog munten op zolder liggen? Of heeft u via een erfenis een verzameling van een familielid verkregen? Dan bent u wellicht benieuwd wat de waarde daarvan is. Sinds 1980 hebben wij heel wat verzamelingen voorbij zien komen en op deze pagina schetsen wij onze ervaringen.


Hieronder een opsomming van wat wij in verzamelingen vaak tegenkomen, oplopend van niet waardevol tot meer waardevol. In het kort hebben munten van na 1920 doorgaans geen waarde, anders dan de metaalwaarde. Dat kan overigens bij zilver en goud nog aardig oplopen. Bedenk daarbij wel dat deze munten meestal voor 64% tot 90% van zilver of goud zijn én dat een handelaar nooit de volledige koers zal betalen, maar een percentage daarvan. Munten van voor 1920 kunnen wel degelijk waarde hebben, mits ze geen of niet veel slijtage hebben.

  • Muntgeld van Juliana en Beatrix. Dit zijn de guldenmunten die geslagen zijn tussen 1948 en 2001. Interessant om te zien met welke munten in die tijd betaald werd. Helaas is de waarde minimaal en beperkt zich tot de metaalwaarde. Op veilingen wordt dit aangeboden voor minder van 10 euro per kilo! Maar let op; guldens en rijksdaalders tot 1966 zijn van zilver en 10- en 50 guldenmunten ook. Deze hebben nog altijd de zilverwaarde en dat kan nog aardig oplopen. 
  • Munten sets van Juliana en Beatrix. Vanaf de jaren 60 zijn muntensets uitgegeven met de munten van dat jaar in FDC kwaliteit. In de jaren 80 en 90 waren deze zeer populair en zijn er behoorlijke bedragen voor betaald. Maar daarna kwam de klad erin. Vandaag de dag is er weinig vraag naar en het aanbod is enorm. daardoor is de waarde nihil. De muntensets tot 1975 zijn zeldzaam en hebben nog wel waarde voor verzamelaars, maar de meeste sets van 1975 en later zijn te koop voor slechts een paar euro.
  • Munten van Wilhelmina van 1920 tot 1948. Het kleingeld van Wilhelmina na 1920, halve centen tot stuivers, komt nog in grote hoeveelheden voor en heeft vrijwel geen waarde. De munten van 10 cent tot en met de rijksdaalder zijn van zilver en hebben tenminste nog de zilverwaarde. Er bestaan een aantal zeldzame uitgiftes, zoals de munten van 1945, die veel waard kunnen zijn. Maar hier komen helaas ook veel valse exemplaren van voor. Gouden tientjes zijn in deze periode veel geslagen en hebben enkel de goudwaarde. Met 6 gram goud in één gouden tientje kan dat echter nog aardig oplopen.
  • Munten van Wilhelmina van 1890 tot 1920. Deze munten zijn veel in omloop geweest en vaak behoorlijk gesleten. Deze exemplaren hebben dan ook weinig tot geen waarde of enkel de zilverwaarde bij de zilveren munten. Maar exemplaren die (vrijwel) niet gesleten zijn en ook niet schoongemaakt of gepoetst, kunnen wel degelijk van waarde zijn. Nadere inspectie is daarbij nodig. Gouden tientjes zijn in deze periode veel geslagen en hebben enkel de goudwaarde. Met 6 gram goud in één gouden tientje kan dat echter nog aardig oplopen. 
  • Munten van Willem III van 1849 tot 1890. 
    • Halve centen, centen en 2,5 centen hebben alleen waarde als ze geen slijtage hebben. En dan hangt het ook nog van het jaartal af. 
    • Stuivers van Willem III zijn nog van zilver, maar wel heel klein. Van de meeste jaartallen komen er (zeer) veel voor, behalve de 1853 die erg zeldzaam is. De andere jaren zijn een paar euro waard tot enkele tientjes voor uitzonderlijk mooie kwaliteiten.
    • Dubbeltjes van Willem III zijn vrij schaars. Vooral dubbeltjes van 1849 tot 1874 kunnen waardevol zijn, mits niet te veel gesleten. 
    • Kwartjes van Willem III zijn ronduit zeldzaam. Zelfs exemplaren die enige slijtage hebben kunnen nog honderden euro's waard zijn.
    • Guldens en rijksdaalders van Willem III komen veel voor. Gecirculeerde exemplaren zijn niet veel meer waard dan de zilverwaarde, maar mooie exemplaren in nieuwstaat kunnen tientallen tot een paar honderd euro waard zijn. Zeldzame jaren zijn 1853 en voor de rijksdaalder ook de 1863. Helaas komen hiervan ook veel valse exemplaren voor. Gouden tientjes zijn in deze periode veel geslagen en hebben enkel de goudwaarde. Met 6 gram goud in één gouden tientje kan dat echter nog aardig oplopen. 
  • Munten van Willem II van 1840 tot 1849.
    • Halve centen van Willem II zijn vrij schaars en kunnen een waarde hebben van enkele tientallen euro's tot honderd euro of meer in nieuwstaat.
    • Zilveren munten van Willem II zijn vaak veel gebruikt en vertonen vaak (grote) gesleten plekken. Deze munten hebben eigenlijk alleen de zilverwaarde. Voor rijksdaalders en guldens zijn 1841 en 1842 zeldzame jaartallen en daarmee waardevol, ook bij enige slijtage. Munten in nieuwstaat zonder slijtage zijn zeldzaam en kunnen veel geld waard zijn.
  • Munten van Willem I van 1818 tot 1840. Munten van Willem I zijn over het algemeen schaars en waardevol. Er bestaan jaartallen die vaker voorkomen en die munten hebben dan slechts een bescheiden waarde. Zeker als de munt enige slijtage heeft. Maar er bestaan ook (zeer) zeldzame jaartallen. Die munten hebben zelfs een hoge waarde ondanks eventuele slijtage. Deze munten kunt u het beste altijd laten nakijken.
  • Munten van voor 1818. In de eeuwen voorafgaand aan het Koninkrijk der Nederlanden kwamen vooral provinciale munten voor uit de Republiek der Nederlanden. 
    • In 18e eeuw kwamen zeer veel duiten en dubbele stuivers (dubbeltjes) voor. Deze hebben meestal slechts een geringe waarde van 10 euro of minder en in gesleten conditie soms maar één of enkele euro's. 
    • Grotere zilveren munten en gouden munten zijn soms als sieraad gebruikt. Er zijn dan montageplekken zichtbaar op de munt. Soms zit er ook een gaatje in. Vaak zijn ze ook nog gepoetst. Deze munten hebben voor verzamelaars meestal weinig waarde. 
    • Verder kunnen provinciale munten behoorlijk waardevol zijn. Nadere inspectie is dan ook aan te bevelen.

Disclaimer: dit overzicht is niet uitputtend, maar bedoeld om u een indicatie te geven. Er bestaan verschillende zeldzame varianten die erg waardevol kunnen zijn. Maar de kans dat u die in een verzameling tegenkomt is klein en als u deze toch tegenkomt is die vaak vals. Maar je weet maar nooit, dus is nadere inspectie dan aan te bevelen.